Posted on

Kirov

Finland had wel een heel teleurstellend einde voor ons.
Het leek alsof de Finnen wel heel graag wilden dat ze zouden winnen, het ging niet meer om eerlijkheid maar om voordeel geven aan de lokale klimmers. En dat hadden ze eigenlijk helemaal niet nodig, ze waren al goed, ook zonder de jury partijdigheid zouden ze in de finale hebben gestaan.
Het was jammer dat het zo moest.
De nasmaak gaf ons niet al te veel motivatie voor de laatste Worldcup en de European Championships. We vlogen half Europa rond van Oulu naar Helsinki van Helsinki naar Amsterdam van Amsterdam naar Moskou. En daar kwamen we te laat aan.

“Take care, it’s a rough country” is wat we te horen krijgen bij het treinstation. Een random gast spreekt Dennis aan. Tja. wat zeg je daar dan op terug.
Eigenlijk hadden we er al niet zo heel veel zin in. En de afgelopen jaren zijn er wat dingen gebeurd die de reputatie van Rusland in Nederland nou niet echt verbeteren.

Nog net haalden we de trein, nog net de metro en nog net voor 12:00 ’s nachts kwamen we aan in ons hotel. Gelukkig, dat we nog naar binnen konden want met -20 C op straat slapen leek me een minder plan.

Anderhalve dag in Moskou en dan de trein naar Siberië.
In Nederland hebben ze het al een week lang over ‘De Siberische Beer’ die over Nederland trekt, met “ijzige kou uit het Oosten”. Ten eerste zijn beren nu in winterslaap. Ten tweede is een temperatuur van -10C met gevoelstemperatuur van -20C niet koud. Ten derde mag je pas iets over kou zeggen wanneer je nog steeds koud bent wanneer je met twee donsjassen aan, wollen winter laarzen, een donsbroek en twee paar wanten en nog kunt bewegen.
Vandaag in Moskou, overdag was het -22C én er stond wind.
We gaan buiten klimmen.

Alle jassen uit, want anders kan je echt niet bewegen. Binnen drie meter klimmen zijn we koud, maar we moeten klimmen, iets doen, want van niks doen en toeristisch rond wandelen worden we nooit sterker en beter voor de laatste World Cup.
Binnen kimmen kan hier wel, alleen daar worden wij buitenlanders niet uitgenodigd. We moeten het doen met de indrukwekkende buitenwand.

De grepen zijn allemaal versleten en ik weet dat in september al deze grepen nog nieuw waren met de eerste wedstrijd van het Russische ijsklim seizoen. De wand mag ook wel weer een likje verf gebruiken en ze setjes gaan moeilijk open en dicht. Gelukkig hebben we ons eigen touw bij ons, dat geeft wel iets vertrouwen.

M’n handen doen pijn. Veel pijn. Hot Aches of Screaming Barfeys noemen we dat omdat het zo veel pijn doet wanneer je bloedsomloop weet terug komt in je witte gevoelloze handen.
Als je er eenmaal doorheen bent en je hartslag hoog houdt, ben je voor de rest van de tijd ok.

We klommen een aantal routes, waren er na een paar uur behoorlijk klaar mee en vertrokken voor de toeristische wandeling.

De volgende dag pakten we onze tas weer in, gingen weer door de kou naar de klimwand trainden nog even (voor zover het training te noemen is) en pakten de trein naar Kirov.

De Trans-Siberië-Express bracht ons ruim 13uur later in Kirov.
Zowaar stond daar Maxim Vlasov, een Russische Speed ijsklimmer van het eerste uur die in Kirov woont, met zijn vrouw ons op te wachten op het station. We werden afgezet bij ons hotel en namen een douche.
Douchen was wel nodig na de reis. En water, drinken. Alleen het water uit de kraan hier is niet drinkbaar. Een geel-witte substantie is wat er uit kwam, het rook vreemd, niet naar zwavel zoals in IJsland maar…tja…niet drinkbaar.
De trein is zoals elke lange trein in Azië (voor mij is Rusland dan toch echt Azië en niet Europa). Vol en vooral heel, heel warm en droog. Na een uur heb je al het idee dat je twee liter water op kan. Na 13uur voel je je als een opgedroogd herfstblaadje.

De Russen hebben een andere methode van wedstrijden organiseren. Het programma stond vast, er werd niets uitgelegd, je moest gewoon het programma lezen. En het was drie dagen in plaats van twee, zoals overal.


Dag 1. Vrijdag.
Vandaag is de openings-ceremonie. Het stukje bla-bla met officiële mensen en vlaggen en vooral ook hoe fantastisch Rusland is, natuurlijk. Wel in het Russisch en gelukkig een summiere Engelse vertaling “it’s great having you all in the great country of Russia” – en dat na minimaal 20 zinnen in het Russisch.
Daarna de open kwalificaties. Twee routes voor de heren, één route voor de dames.
Flash (dus zonder dat we in de isolatie hoeven) klinkt leuk, maar echt eerlijk is het niet. De eerste klimmer heeft dan wel één voorbeeld klimmer gehad, maar dat is natuurlijk heel anders dan wanneer je al vijftien klimmers hebt zien klimmen, de markeringen waar je voeten en bijlen op de wand komen duidelijk zichtbaar zijn en de grepen meer ‘uitgewoond’ zijn door alle scherpe bijlen. Dennis had pech en startte als tweede in z’n routes… Met alleen een Mongool als voorbeeld moest hij echt zelf z’n weg omhoog verzinnen.
Zelf klom ik als 13e dus had wel wat voorbeelden maar aangezien het al later begon te worden was het ook meteen een stuk kouder toen ik eenmaal aan de beurt was.
Gelukkig kwalificeerde ik me wel voor de halve finales, maar niet echt met een heel goed resultaat: 14e.
Dennis lukte het niet…hij eindigde als 26e tussen een gigantisch Russisch offensief van 17 klimmers (van de 47 in totaal, bij de dames waren er 31 klimmers waarvan eveneens 17 Russen).

Dag 2. Zaterdag
We dachten dat dit onze laatste klimdag van het seizoen zou zijn. Plan voor zondag was om een local op te zoeken die een bruine beer als huisdier had. Om gewoon een foto te maken van een echte Siberische beer. En te laten zien dat die veel beter tegen de kou kan dan al die Nederlanders.

Ik klom m’n halve finale en viel er uit doordat m’n voet weg glipte. Ik baalde, want ik had die pas best kunnen maken.
Gek genoeg bleven er maar mensen uitvallen voor mij. M’n eerste plaats bleef maar staan…! Met nog 7 klimmers te gaan stond ik nog steeds eerste, wat betekende dat ik in de finale stond!
Ein-de-lijk! Gehaald!
Super gelukkig was ik met m’n plek.
Dat ze de belasting van de greep van mij niet gerekend hadden boeide me niet, ik had geen zin om hier in protest over te gaan. Ik stond er bij, dat was al voldoende.
De dames die de greep aangetikt hadden en er uit vielen stonden hoger dan ik door hun kwalificatie resultaat. Dat was dan wel jammer, want dat betekende dat ik als een van de eerste moest klimmen…

’s Avonds klommen we speed.
Dennis klom snel, maar niet snel genoeg tegen de Russen die eindelijk een wedstrijd klommen op de wand waar ze het gehele seizoen trainen. Daar valt gewoon niet tegenop te klimmen. Als 22ste stond hij net niet in de halve finale…
En ook mij lukte het niet, ik werd 19e (de eerste 16 gaan door naar de halve finale).
Ach, we waren niet gevallen, dus we hadden wel een resultaat. Dat was wel even anders in China.
Op de wereld ranglijst staan we door het missen van de wedstrijd in Zwitserland, ons slechte resultaat in Rabenstein en onze beide vallen in China niet erg hoog in de ranking helaas, zowel bij speed als bij lead staan we niet in de top tien. Hadden we wat meer geluk gehad in Rabenstein, én wat het resultaat ook was in Saas Fee, wel meegedaan daar, dan hadden we allebei in de top tien gestaan bij speed en ik ook in de top tien bij lead. Jammer dat het er niet staat.

Dag 3.

Ik mag dus nóg een keer!
Om 07:00uur gaat de wekker.
Het was warm in de kamer, zoals elke nacht, maar met -25/-30 ’s nachts wil je toch geen raam open doen eigenlijk. Extra dekens waren er niet, dus dan maar warm.
Het bed ligt door, een soort kuil in het midden zorgt er voor dat Dennis en ik wel erg romantisch tegen elkaar aan plakken.
Ik droom, over winnen, over Odin, Ylva, over thuis, over one arm pull-ups, over morgen, over hoe ik me moet voorbereiden, over alles waar ik niet over moet dromen, niet over wakker moet liggen. Ik moet gewoon slapen.
Ik probeer mezelf van alle gedachtes af te houden, ik beeld mezelf in dat ik op m’n longboard sta in de ondergaande zon, hard afzettend en dan lang glijdend over het gladde asfalt, de warme wind in m’n gezicht. Met alleen het geluid van de rollende wieltjes en het tikken van de pootjes en nagels van Odin die meerent. Ik kan het beeld maar kort vasthouden voordat m’n hoofd weer bedenkt dat ik het moet hebben over morgen. Zucht. Dennis rolt nog een keer om, moet naar de WC van al het water drinken tegen die droge mond. Zucht…dit gaat lang duren.

De volgende ochtend vertelt m’n oorloge dat ik 8 uur en 5 minuten geslapen heb. Genoeg dus, al voelt dat helemaal niet zo.

Ik skip het vage ontbijt (witte bolletjes met chemische jam en verdroogde kaas en een kopje zwarte thee) en neem havermout die we nog over hebben uit Finland.
Om 10:00uur moet ik al klimmen, dus ik moet niet al te veel eten nu.

Om 08:00uur loop ik langzaam langs de grote ‘Oostblok’ gebouwen en fabrieken naar de ‘Tramplin’. (Trampoline, naar de springschans vernoemd)
Hotel Sputnik is waar we allemaal verblijven. Het ligt aan de zijrand van de stad Kirov. Zo’n 20 minuten rijden vanaf het treinstation (in de zomer zonder sneeuw rij je sneller).
Het hotel is oud, maar meerdere keren geprobeerd te moderniseren. De vorige keer, 6 jaar geleden was er nog geen internet en was de voorkant nog niet opnieuw geschilderd. De bedden zijn nog steeds even oud en doorgezakt en het eten nog steeds ‘ondefinieerbaar vlees met soort-van-aardappel’ (geen groente).
Het hotel heet dus Sputnik. Wij vermoeden, maar kunnen niet uitvinden of onze vermoedens kloppen, dat in de grote fabriek tegenover het hotel ook echt de eerste Sputnik is gemaakt. Er zit zo’n mega grote vliegtuig loods aan de fabriek, en er loopt een spoor. Aan dezelfde kant van Kirov ligt ook een soort landingsplaats.
Op het terrein hangen bosjes met camera’s en het “vergane” terrein hangt vol met dik prikkeldraad over de muren. We fantaseren over de verdere geschiedenis van de stad, over de tijd dat Kirov een afgesloten stad was, waar in het diepste geheim gewerkt werd aan allerlei technische hoogstanden uit die tijd.
We fantaseren dat die ‘Tramplin’ vroeger geen skispringschans was maar een stellage waarmee raketten gelanceerd werden.
Onder die oude schans ligt nu het mekka van het Russische ijsklimmen.
Dankzij Russische legende Pavel Shabalin staat hier een van de meest complexe en grote drytool/ijsklim wanden van de wereld. Hier trainen de kampioenen. Stel je voor dat we dit in Nederland zouden hebben…!


De iso, ruimte waarin we alle 16 verblijven is het sporthuis van de skispringers en langlaufers. Ik ben de eerste en leg m’n spullen neer precies waar ik wil zitten als ik moet wachten.
Inmiddels is het 08:30 en warm ik langzaam op.
Polsen en handen draaien, langzaam. Armen draaien, langzaam aan. Benen, heupen, voeten, nek, … ik zorg dat m’n lichaam langzaam wakker wordt. Eenmaal wakker blijf ik zitten. Ik moet niet te snel te veel willen doen.
09:00 uur. Ik ga na nog wat bewegingen naar buiten en loop een paar rondjes hard. Wennen aan de kou, hartslag omhoog zodat ik wat kan gaan hangen.
Ik hang aan m’n trainings bijlen, zodat ik m’n wedstrijd bijlen vlijmscherp kan houden.
Niet lang, maar op spanning in m’n armen en schouders beweeg ik m’n benen. Links, schop, rechts, kick, voor, achter.
En rust even uit. M’n hartslag gaat al wat omhoog zie ik op m’n horloge maar 112 is nog steeds vrij laag.
Ik besluit net als gisteren te klimmen in het hout, lange passen, alle verschillende hand grepen, posities voer ik na elkaar uit, herhaal lange bewegingen en merk dat ik verzuur. Het is tijd om te stoppen. Nu moet ik er klaar voor zijn.
Nog een keer naar de WC dan maar.
09:30 de iso is gesloten, niemand mag er meer in of uit. Over tien minuten lezen we de route in. Al m’n spullen liggen klaar en ik moet straks naar een andere ruimte, nadat we de route hebben ingelezen.

Negen minuten is de klimtijd. Dat is lang! Meestal hebben we maximaal 8 minuten in de finales, of zelfs minder. Voor het publiek is zoiets langs wel een beetje saai.
We lezen de route in, inclusief ‘ijs lollie’. Lange bewegingen maar geen sprongen (die had ik wel verwacht) en die ijs-lollie… Een groot stuk ijs op een houten stok. Zonder gaten, dus je moet er zelf een gat in slaan om verder te kunnen komen. Ik moest en zou hier door heen komen, dat sowieso. Ik wil niet voor lul staan dat ik geen ijs kan slaan. En dan verder, die dak bewegingen zien er behoorlijk krachtig uit. En wat grepen die ik niet ken…
Ik klaag er over, naar de jury, want omdat ik als tweede klimmer aan de beurt ben heb ik niet de kans om in de isolatie de nieuwe grepen te bekijken die ze zo zullen brengen daar. En ook geen greep is gemarkeerd, geen markeringen op de wand…zo is het spelletje best oneerlijk…De Russen kennen de grepen al lang, de Koreanen hebben op hun eigen wandje ook Russische grepen…tja, daar sta je dan best in het nadeel…

In de tussen isolatie moeten we wachten…en wachten…en wachten…want de tv-ploeg is er nog niet klaar voor. Buiten is het nog behoorlijk koud, geen zon op de wand.
Nadya is aan de beurt als eerste, ze komt uit Moskou maar traint ook vaker hier. Dan een man en dan ben ik.
Ik besluit nog maar wat te gaan rennen en springen buiten en merk dat m’n handen wel erg snel koud worden. Met twee sneeuwballen vast ren ik rondjes tot m’n hartslag eindelijk boven de 100 blijft. Ik weet dat ik nu wel erg moe ben van het wel vier keer opwarmen, en zo effectief is dat niet dan.

En dan mag ik. Eindelijk. Nu al weer een droge mond, van de zenuwen dit keer.
Toch wel spannend want het is niet elke dag dat ik in de finales sta en dat op misschien wel de zwaarste wedstrijd van het seizoen met zó veel Russen, op hun thuis-wand, in de extreme kou. In niet alleen een technische route maar ook een fysiek zware route.
Geen voetenwerk zoals in Saas Fee, geen korte route zoals in Rabenstein, geen overzichtelijke rechte wand zoals in China, nee, alles aan deze wand in complex driedimensionaal.

Ik begin in een traverse naar rechts, en dan omhoog. De passen lijken misschien te doen, maar ze kosten al best veel kracht.
Zo gemaakt dat je drie keer moet wisselen op je bijlen of extra lange bijlen moet hebben om in één keer uit te komen. Ik gebruik nog “ouderwetse” bijlen, van Cassin, de X-Dream. Terwijl alle andere dames bijlen hebben die net even langer zijn, iets agressiever. Maar mijn blijven zijn gemaakt voor het ijs, ik swing in één keer een perfect gat in de Lollie. Maar ik ben onzeker, zit ie wel goed? In elke andere waterval zou ik dit nooit vertrouwen wanneer ik in één keer goed sla. Dus ik ga nog een keer, zodat ik niet zo’n lange pas hoef te maken naar de volgende greep.
Een fout, ik verspil m’n energie in iets waar ik zo goed in ben dat het niet nodig is.
Ik pak uiteindelijk de volgende greep, swing om en hang los in het dak, een schouder-beweging en over de lip van het dak. Ik kan nu al nauwelijks meer vasthouden.
Dat extra opwarmen, verzuren vooraf heeft me toch geen goed gedaan, of was het het slechte slapen? Ik moet focussen, schud, schud en weer verder, een paar grepen later valt m’n bijl van m’n hand af, ik rust, want ik ben m’n blij niet kwijt, en maak weer een pas, ok, nog een dan. Ik ben zo zuur, het kost me moeite om iets te doen, maar ik moet verder. Pauze kan nu niet met nog maar een minuut te klimmen.
Het niet effectief kunnen trainen de afgelopen 2 maanden helpt niet mee. M’n ogen dicht knijpend ga ik naar de volgende pas. Rusten? Nee, dat kan nu niet, maar dat heb ik wel nodig, even een minuutje schudden en dan weer verder, maar de tijd tikt door…
Als enige heb ik de afgelopen twee maanden niet een dagje thuis kunnen slapen en trainen, het breekt me op, ik vecht verder, volgende ijs, pak over, maar heb niet de kracht om m’n andere bijl te pakken. Op…en ik val…

Doodmoe ben ik, en ik weet dat dit niet genoeg is. De route te complex, te overhangend voor mij om in te kunnen presteren. Maar ik stond daar, twee Koreanen en een overvloed aan Russen en dan ik. Zesde van Europa op de European Championships. Achtste van de wereld. En dat na een heel seizoen ziek, pech en lang niet de training zoals de Koreanen of Russen dat hebben. Ik ben trots dat ik daar zomaar tussen mag staan.

Wat een afsluiting van het seizoen.

’s Avonds is de prijsuitreiking, ik win €50,- en een rugzak, lang niet dekkend voor alles wat het kost om hier te kunnen staan. Iedereen om mij heen heeft een raar gevoel. Dit is het laatste stukje van zo’n intensieve winter. Nu gaan we allemaal naar ons eigen huis. Terug aan het werk, terug naar het andere leven.
Gelukkig dat het over is, jammer dat het over is.

Aan het einde van de ellenlange hoeveelheid Russisch volkslied zingen wel geteld 12 keer… World Cup lead speed, European Championship Lead, Speed… (de Russen halen een eerste plaats in alle disciplines bij de dames én de heren…) is er nog een toetje voor ons. Totaal onverwachts mogen we ook op het podium, Dennis en ik samen. Want we zijn na Rusland samen tweede geworden in de team-ranking. Het beste resultaat van de beste dame en de beste heer in zowel lead en speed van elk land wordt opgeteld. Ons resultaat is goed genoeg voor een tweede plaats! Boven al die andere Europese landen die hier met groepen van 6, 8 of meer man staan. Finland wordt derde. Trots zijn we dat wij, met z’n tweeën dit gehaald hebben! Dat we dat toch maar voor elkaar krijgen!

Een paar uur laten zitten we in de trein, onderweg terug naar Moskou. Ruim dertien uren mogen we schommelen tot we niet veel later in de metro zitten. We wandelen nog wat door het centrum en stappen voor de laatste keer de metro in. De grote ondergrondse stations zijn zó indrukwekkend. We zijn nog erg in de ‘take care it’s a rough country’ maar overal zien we ook de vriendelijkheid van het land. Dat we mogen klimmen op de trainingswand, dat we uitgenodigd worden om ook wat mee te drinken op de verjaardag van een compleet vreemde, dat een onbekende een vrouw helpt haar tas over de lange metro trappen omhoog te tillen. Later op het vliegveld van Moskou wachten op onze vlucht tussen de zwervers die hier ’s nachts overleven. De meesten dronken en vies maar ze laten ons met rust. Rusland is misschien wel rough, maar wel met een zacht bontkraagje.

Dit was het dan.

Dennis eerste op de EU cup en eerste overall in speed, tweede overall in lead, ik tweede, derde, vierde en tweede overall op de EU cup, zesde op de European Championships, en tweede overall in de teamranking.
Wat een cijfers, maar oh, wat zou ik graag toch die eerste plaats halen.

We lopen mijlen ver achter in Nederland door onze ‘doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg cultuur’ en toch hoop ik volgend jaar weer een dikke vinger aan die hele cultuur te kunnen geven en weer een stapje dichter bij die nummer 1 te kunnen komen.

Ik wil Sander Louwrier, Height Specialists bedanken voor het sponsoren van de helft van onze vluchten. Zonder jouw financieel ondersteuning hadden we op geen enkele world cup kunnen staan, had ik nooit deze finale kunnen klimmen.
Vrienden van Vertical Life, dank voor al jullie ondersteuning en mentale support dit gehele jaar en in het bijzonder Rutger; dank dat je in ons gelooft!

Natuurlijk ook Ralph Meijer die al z’n vrije tijd inzet om naast z’n werk de wand van Olympos zo goed mogelijk in te richten, het NK te organiseren en ook nog eens ervaring op doet (op eigen kosten) om een World Cup mee te maken…! En nog gefeliciteerd met Mirte, de ijsklim-baby-dame, geboren toen ik de finale klom in Champagny, hoe bijzonder is dat!

Verder hebben dit seizoen Scarpa ons weer voorzien van de allerbeste ijsklim schoenen, en Julbo met de meest geniale meekleurende zonnebrillen (ook te verkrijgen op sterkte) zodat we altijd goed zicht konden houden op onze doelen. #shareyourvision
En natuurlijk met dank aan de NKBV die onze inschrijvingen en registraties voor de wedstrijden hebben verzorgd.

En last but not least, dank aan Johan en Gertrude voor het alweer lenen van de camper, dank Hans, Alie en Diederik voor het houden van Ylva en onwijs bedankt Lily, Yvonne en Hans voor de geode zorgen voor Koning Odin.

 

Leave a Reply