De afgelopen jaren schreef ik nooit op wat we deden. Of in flarden. Nooit alles bij elkaar. En ik realiseer me dat ik dingen vergeten ben, over de meer dan tien jaar dat ik worldcups klim. Dus nu toch maar eens opgeschreven hoe intens zo’n wedstrijd aan de andere kant van de wereld is. En dan vergeet ik nog 1001 details. Maar ach, het is iets. Je kan ook gewoon de foto’s kijken als je geen zin hebt in mijn veel te lange dagboek
Cheongsong Worldcup 1.
Elke dag pakken we weer wat in.
Kopen een kraan op Marktplaats want de kraan in de bus is al een tijdje stuk. De leidingen moeten ook deels vervangen worden, en zo zijn er nog heel wat kleine dingen. En Dennis probeert de huishoud accu te repareren. Maar dat wil nog niet echt goed lukken. Ondertussen trainen we en proberen we alles te regelen.
Er zitten maar 5 dagen tussen de ene en de andere Worldcup. In die dagen moeten we van continent wisselen en fit aan de start staan. Eigenlijk een onmogelijke opgave. Toch gaan we het proberen.
Op de avond voor kerst reden we met de bak wagen van de buurman naar Heerjansdam. De laatste spullen uit het oude huis van Dennis ouders vandaan. De klimwand, de grote gym mat die niet in onze bus past… een heel karwei. De eerste lading brengen we naar de opslag in Barendrecht. Dezelfde opslag waar we de Tischer camper gerenoveerd hebben. Af en toe spraken we daar Robin. Hij heeft er een aantal van dezelfde opslag boxen en runt een klein bedrijfje in motor olie en andere specialistische producten. Voor alle auto’s, al staan er vaak hele mooie wagens voor de deur. Dan spieken we toch even wat er glimt of hard ronkt.
Die Corona tijd was niet tof. We mochten niks, konden niks, niet eens naar de internationale wedstrijden. Het was pijnlijk om te zien hoe die wedstrijden verder gingen, zonder ons.
We hadden het er vaak over met Robin. Terwijl we epoxy smeerden om het interieur te maken, isoleerden, de motor inbouwenden hadden we het over elkaars “issues” en hoe we tegen dingen aan kijken.
Het afgelopen jaar spraken we elkaar minder. De bus zo goed als af, wij inmiddels in Tilburg. Life goes on.
We waren al twee uur te laat. Haastig laadden we alle spullen uit. Want we zouden gaan eten bij Tom en Annick in Delft.
En daar stond Robin. Hee, tijd niet gezien.
Ah shit, hier hebben we helemaal geen tijd voor
Meteen hadden we het over vanalles. Zijn huis, onze plannen.
En dat we niet naar Korea gaan.
Die wedstrijden zo kort op elkaar, en dan zo duur. We hebben er gewoon geen geld voor.
En toen kwam het. Ik kan me de exacte woorden niet helemaal herinneren.
Maar als een bom gooit hij het naar ons toe: ik ga jullie sponsoren. Met tweeduizend euro.
Maakt hij nou een grapje?
Nah, twee duizend? Nee.
Ongemakkelijk weet ik echt niet hoe ik moet reageren. Want dat is echt heel veel geld. Zo veel geld durf ik, wil ik niet zomaar van iemand aan nemen. Het is zijn geld. Ik vind ook dat iedereen vooral zelf mooie dingen moet doen, zelf dingen ervaren, beleven.
Ik vertel het ook. Ik wil het niet. Dit voelt zo ongemakkelijk. Het voelt ook als een verplichting. Nu moet ik. En moet ik wel alles eruit halen wat er in zit. Er 100% voor gaan. Dat geeft ook druk.
Nee, Robin, ga je eigen avonturen aan.
Maar hij dringt aan. Het is echt.
We besluiten dat hij dit met Dennis mag regelen. Ik vind het echt lastig. Geld aannemen.
Zo veel betekent, dat we daar mee wél naar Korea kunnen. Gosh.
We zijn nog later op ons etentje en nog veel later weer terug in Heerjansdam. Ruim voorbij middernacht rijden we terug naar Tilburg met de dikke mat, en nog meer grote zaken.
Doodmoe zijn we maar nu moeten we echt aan het werk.
Tickets boeken, camper nog sneller klaar hebben voor vertrek. En hoe gaan we dat überhaupt logistiek oplossen?
Met de camper al naar Frankrijk en vanaf daar vliegen gaat niet, want hij heeft bijna geen APK meer. Dat moet eerst. Met een andere auto is niet te doen want overnachtingen kosten zo veel dat we dat helemaal niet kunnen betalen. Dus we moeten wel via Nederland…
De honden kunnen gelukkig logeren bij mijn ouders.
En zie nu nog maar eens een vlucht te boeken…
Het lukt, maar de planning is echt krap. Er moet echt niks mis gaan anders halen we het niet (hoe bedenken ze het om die wedstrijden zo kort op elkaar te plannen?!)
Alles is ingepakt, we zijn klaar om te gaan. Of nou ja, de dingen die er nu nog moeten gebeuren kunnen we niet meer doen. Zoals er voor zorgen dat er niks kan bevriezen in ons huisje. Enige wat we nu nog kunnen doen is hopen dat het niet te veel gaat vriezen.
We rijden naar Muiden, halen de tweede auto op, ik rij naar Amsterdam om Fred de teckel weer bij zijn baasjes af te leveren, Dennis rijdt naar Zwaag voor de APK en laatste klusjes die Edwin aan onze bus gaat doen.
We slapen in Muiden en het knaagt. We moeten toch nog even proberen. Het slaat nergens op om helemaal naar Korea af te reizen zonder ook maar een keer geoefend te kunnen hebben.
We staan vroeg op en rijden naar de Drytool wand in Utrecht, schroeven tussen alle grepen door houten blokjes in de wand en oefenen voor het eerst sinds februari vorig jaar weer speed. We zijn ons bewust van onze achterstand. Zonder trainingswand voor speed kan je niet verwachten dat je die discipline goed kan…
De houten blokjes zijn beter iets dan niets.
speed training in utrecht
We rijden weer naar Muiden en later op de dag stappen we in het vliegtuig naar Korea.
De vlucht duurt lang. Vanwege de oorlog kan er niet rechtstreeks gevlogen worden en zijn we vier à vijf uur langer onderweg.
We slapen in een hotel met hard bed. Verderop in een ander hotel slapen het Poolse en Schotse team en een Fansoos.
We spreken met elkaar af. Door issues met het nieuwe Koreaanse visa systeem had Oz het maar net op tijd gehaald. Drie dagen bracht hij door op vliegvelden voor hij eindelijk in Korea aan kwam…wat een stress.
De volgende ochtend stappen we allemaal in de bus naar Cheongsong, niet ver van de grens met Noord-Korea.
Dit keer zonder voedselvergiftiging, zonder grote tas met spullen om echte watervallen te klimmen. We reizen snel en efficiënt.
Het programma neemt drie dagen in beslag. De heenreis, registratie en opening. Kwalificaties en halve finales en dan op zondag is het finale dag. In de avond is er dan weer een diner en springen we in de bus terug naar het vliegveld.
Het land zien we dus niet echt. Dat is wel jammer.
Het was voor mij de vierde keer, voor Dennis de vijfde keer in Korea (ik ging dat jaar naar Ouray met Alpine Mentors).
We wisten dat we een kamer apart zouden krijgen als we niet vooraf iets zouden fixen.
Behalve het eerste jaar. Toen regelden Andrej en Jasna alles, die wisten dat we bij elkaar op een kamer konden.
Dus ik had vooraf gemaild. Dat we graag samen op een kamer wilden slapen. Dat we getrouwd zijn (schijnt een ding te zijn in Korea) en dat Dennis epilepsie heeft. Dus dat het voor andere mensen misschien minder fijn om naast te liggen.
We kregen een kamer. Mét bed. Voor het spa hotel zijn dat de minder luxe kamers. Want je hoort eigenlijk op de grond te slapen.
Het bed was kei hard. Neem een boxspring, haal de matras en de topper vanaf en dan hou je over waar wij nu op lagen. Ellende.
‘s Avonds was er eerst de opening ceremonie. In een theater aan de andere kant van het kleine stadje deden alle belangrijke mensen een woordje. De gouverneur, de burgemeester, de sport verantwoordelijke, en ook de belangrijke man van de UIAA (de overkoepelende organisatie waar ook de Nederlandse NKBV onder valt) was er bij. U-I-double-A noemde Peter het zelf. Wij zeggen altijd U-I-A-A als losse letters.
Gelukkig was er ook een show. Lokale danseressen hadden een hele choreografie met vlaggen uit alle deelnemende landen. Het was een behoorlijk lang stuk, niet makkelijk om in te studeren lijkt me.
We gingen weer terug naar het hotel voor de technische briefing. De hoofdjury was er nog niet. Want die had ook problemen met het nieuwe Koreaanse visum. Dus de wedstrijd organisator binnen de UIAA deed het woord.
Het leek allemaal wel vrij duidelijk.
We hadden alles al klaar, bijlen scherp, een thermos met vriesdroog eten, stroopwafels, extra kleding. Om 7uur waren we klaar om te vertrekken. 50 minuten deed de bus er over naar de wedstrijd locatie.
wedstrijd locatie
Achter de artificiële constructie ligt een grote ijswand. Echt ijs. Maar dit jaar was alles een beetje mistroostig. Het was warm, heel warm. Wel tien graden. Meestal is het hier min tien of nog kouder. Het regende.
Om en om klimmen Dennis en ik onze routes. Ik eerst, in de tweede dames route. Op een video scherm kon je de route bekijken hoe hij moest. Iedereen kon elkaar zien klimmen dus we hoefden niet een halve dag in een afgesloten tent te spenderen.
Nadeel: als je heel goed bent in dingen kopiëren kom je nu wel ver, maar in de halve finales is alles on sight. Dan heb je dus niet een voorbeeld aan anderen. Moet je alles zelf verzinnen dus zie je nog wel een verandering in de uitslagen. En sinds dit jaar gaan er ook maar 16 klimmers door in plaats van 18 zoals afgelopen jaren.
Ik vond het spannend. Zo’n eerste route, eerste Worldcup van het jaar. Ondanks mijn prestaties op de EU cups weet ik niet of ik dat hier ook kan herhalen. Het deelnemersveld is groter, sterker bij zowel de mannen als vrouwen.
Op een pas na valt de route me mee. Opgelucht haal ik adem. Ik topte, maar was niet de enige.
Dennis klom ook eerst de tweede route. Op zich maakt het (als het goed is) niet veel uit, zouden beide routes ongeveer even moeilijk moeten zijn.
Maar vanaf clip vijf ging het niet. Dennis klom stijf. Niet soepel. Niet vrij. Bij elke pas probeerde hij te reiken voordat hij zijn voeten omhoog zette. Elke keer haalde hij het maar net. Het ging gewoon niet lekker. Ik beet op m’n lip. Hij kwam wel ver, maar het was het gewoon niet.
In mijn tweede route verwachtte ik floaters (soort omgekeerde greep waar je je ijsbijl in moet balanceren op lichaamsspanning) in plaats van de stabielere steinpulls. Maar ook hier was er maar een stukje lastig en de rest goed te doen.
Met nog zes anderen topte ik beide routes en ging royaal door naar de finales.
Twee routes top, zoiets had ik nog nooit gedaan op een Worldcup.
Ik maakte de punten van onze bijlen weer scherp (we hebben maar een paar goede punten, de andere set is versleten en gebruiken we om te trainen, de punten komen net als de ijsbijlen uit Rusland dus zijn nu niet te krijgen).
Dennis tweede klim.
De start van beide routes bij de mannen en vrouwen was makkelijk. En dat vond ik tof. Zo kan iedereen meters maken. Het is toch heel wat als je helemaal uit Mongolië, Iran of Slowakije helemaal hier heen komt om te klimmen. Dan is het fijn om niet meteen greep één eruit te vallen.
Het was wat dat betreft super gebouwd door routebouwer Kim.
Maar het was niet Dennis stijl. Hele lange passen maar goede grepen, niks technisch eigenlijk. En Dennis was moe. Hij leek geen power te hebben. Hij ging er wel voor. Kon het niet houden. Pakte z’n bijl met twee handen. Maar liet daardoor z’n andere bijl los…de bijl viel…en dan ben je af…
Het leverde hem een 19e plaats op. Hij baalde. Vroeg zich af wat hij hier deed. Competitie vulling noemde hij zichzelf. Ik snap het. De hele reis, alles en dan nu al uitgeschakeld zijn. Dan kan je beter gewoon lekker buiten echt ijs gaan klimmen. Kost ook minder geld.
Snel vijlde ik de bijlen, de punten van m’n stijgijzers en maakte alles klaar voor later. Halve finales.
Snel werkte ik een grote maaltijd naar binnen. Pakte m’n koptelefoon, ging liggen op de matten in de isolatie en deed m’n ogen dicht. Ik had 3,5uur om uit te rusten en te herstellen. Dat moest voldoende zijn.
Als er iets was zou Dennis me wakker maken.
Toen ik twee uur later zelf wakker werd waren alle matten bezet met slapende klimmers.
Wachten, opwarmen en nog meer wachten en voor de zekerheid een klein smintje met extra caffeine om wakker te blijven.
Ik zat tussen Sunny, Haruko en Eimir in de tussen isolatie te wachten. Een voor een vertelden ze hoe zenuwachtig ze waren.
Ik ook.
Maar het viel me mee. En dat vertelde ik: om ok, because this time I don’t have to throw up.
Dat is wel eens anders geweest. Zo zenuwachtig dat ik moest overgeven van de spanning. Ik veranderd het onderwerp. Handschoenen. Of ze hun handschoenen fijn vinden en waarom. Gewoon wat afleiding. Ook voor mezelf.
Het werkte we hadden hele gesprekken.
Positief stapte ik de route in. Ik had er wel zin in. En geen verwachtingen. Zou gaaf zijn als ik het zou halen. Maar als anderen beter zijn, dan is dat zo. Dan moet ik harder gaan trainen. Maar daar ga ik nu weinig aan kunnen veranderen.
De grepen waren telkens beter dan verwacht. Elke keer ging ik voorzichtig zoals ik gewend ben te doen omdat het moeilijk hoort te zijn. Maar keer op keer viel het mee.
Voorbij de ijs blokken was mijn tijd bijna op. En zag ik het even niet meer. Jammer.
Ik was niet helemaal tevreden. Iets te langzaam, iets te weinig vertrouwen. Ik dacht niet dat het voldoende was.
Maar, het bleek ruim voldoende te zijn!
Daar was ik wel een beetje trots op. Voor het eerst ooit haalde ik de finales op de Worldcup in Korea!
Nu alles inpakken, klaar leggen, eten en slapen.
We bliezen onze slaapmat op. We waren bang dat we die nodig zouden hebben op zo’n kamer zonder bed. Maar op dit kei harde bed was het matje echt een uitkomst.
Ondanks de jetlag heb ik toch in ieder geval 3uur geslapen zonder last van m’n rug, heupen en armen zoals de nacht ervoor.
Om 5uur ging ons alarm. Om 4uur was ik al wakker…
We aten een soort granen met melk. Ik wilde geen witte plakrijst. Echt ideaal was het niet. Dan kon ik nog beter stroopwafels eten.
Anderhalf uur later stonden we op te warmen bij de klimwand voor het speedklimmen.
Voor het eerst sinds februari 2022 klimmen we echt ijs. Onwennig klom ik mijn warm-up routes.
Alles liep traag. De timing die het soms niet deed, de klimmers die hun beurt niet wisten en te laat kwamen aan de start. Het ijs smolt weg waar we bij stonden. Het was warm…
Ook voor Dennis was het onwennig maar met 12 seconden tijden zat hij ruim binnen de top.
Zonder de Russische klimmers die hier echt goed in zijn lag het veld veel ruimer open. Allebei haalden we makkelijk de halve finales. Al stak een Iraanse klimmer er wel ver boven uit met een tijd van iets meer dan 5 seconden!
Maar na deze ronde ging het niet meer om de tijd. Het werd iets meer geluk. Je moest winnen van je tegenstander om door te kunnen naar de volgende ronde.
Zowel Dennis als ik wonnen.
Maar mijn energie was op. We hadden om 11uur klaar moeten zijn. Met nog twee stroopwafels en zo’n smintje met cafeïne redde ik het niet meer om echt hard te klimmen.
Dennis moest tegen David. Ze zijn aan elkaar gewaagd en vonden het eigenlijk zonde dat ze tegen elkaar moesten. De nummer 8 gaat tegen 1, 7 tegen 2, 6 tegen 3 etc. Op letterlijk nog geen honderdste van een seconde verloor Dennis.
Zo snel mogelijk rende ik naar de tent waar we konden eten. Ik at. Maar binnen twee uur zou ik weer moeten klimmen. Finales van lead.
Het speedklimmen was zo ver uitgelopen dat ze het maar gestopt hadden. De finales tussen 1,2,3,4 moest nog geklommen worden.
M’n eten binnen pakte ik meteen m’n koptelefoon, m’n jas over m’n hoofd zodat ik een half uurtje kon slapen op de mat in de isolatie. Ik lag. Eindelijk, even rust.
Olga en ik (Olga moest haar speed finale nog klimmen) waren de enige twee die in beide disciplines mee deden en in de finales stonden.
Door mijn noise cancelling koptelefoon heen hoorde ik het schoppen van schoenen tegen de wand, er was iemand aan het klimmen.
Ik was bijna in slaap en opeens tikte er iets (een ijsbijl? Een schoen?) tegen mijn voorhoofd. Hard. Zo hard dat het echt pijn deed. Ik dook in elkaar en rukte de jas van mijn hoofd. What the fuck?!
Een van de Koreaanse finalisten keek me aan terwijl hij klom. Blijkbaar was hij letterlijk over mij heen geklommen en hard me hard geraakt.
Hoe dan?! Waarom?!
De grote wand was leeg, overal kon hij klimmen behalve in het kleine hoekje waar ik lag. What the fuck riep ik? Terwijl ik m’n hoofd vast hield. Het deed pijn. Precies vooraan net op mijn haargrens. Behalve een Amerikaan was er niemand. De rest was nog aan het eten of klimmen.
What did you do?! Riep ik. Hij zei niks. Draaide zijn hoofd weg. Ik keek Dan, de Amerikaan aan.
Relax zei hij. Don’t be so angry.
We’ll, Dan he just hit me on my head, climbed with his full sharp gear over me.
It hurts.
Hey riep ik naar hem, the least you could do is say sorry.
Hij reageerde niet.
Hello. Riep ik.
Terwijl m’n hoofd bonkte.
Sorry mompelde hij.
Oh, that took a while to formulate. Ik liet het erbij want dit ging nergens heen. Maar hoe haal je het in je hoofd om zo iets gevaarlijks te doen.
Slapen lukte niet meer. Ik was klaar wakker en de iso was inmiddels vol met mensen. Ik ging zitten op een stoel en wachtte tot we de route preview gingen doen.
In de regen staan we te wachten tot we gepresenteerd worden aan het publiek.
In de isolatie vertelde Carlos, de hoofdjury dat je met je rug naar het publiek staat. En dat je niet mag spieken, dat je alleen tijdens de officiële inleestijd naar de route mag kijken.
Sommige mensen hebben een A3 foto van de wand, anderen hebben de wanddelen globaal nagetekend op een stuk papier of in een notitieboekje.
Digitale middelen mogen niet, geen telefoon, geen digitaal horloge. Alleen pen en papier mag je mee. En een verrekijker.
Een van de dames staat greep voor greep de route in te tekenen in haar boekje, al kijkend naar de wand. Don’t do this zeg ik tegen haar. Ze geeft me een hele giftige blik terug en ik laat het. De jury staat bij de wand en ziet niet wat er hier gebeurt. Greep voor greep bekijkt ze en tekent ze in. De originele tien minuten tijd om te route te bekijken heeft ze nu heel efficiënt verdubbeld. Waar de rest braaf vooruit kijkt het publiek in of niet op de juiste plek staat om de wand te kunnen zien.
Het is flauw.
Misschien moeten we in de toekomst blanco A4 krijgen aan de start van het inlezen. Zodat iedereen dezelfde start heeft.
Zelf teken ik niks vooraf. In de korte tijd bestudeer ik liever de route zelf, dan kan ik minder fouten maken dan wanneer limited per ongeluk verkeerd opschrijf en dat later in de isolatie verkeerd in studeer.
Ondertussen had ik een beetje raar gevoel in m’n buik. Ik kende het van m’n Keto dieet. M’n lichaam kon geen vetten verbranden en zocht naar suikers. Ik nam nog een stroopwafel en een laatste stukje cafeïne smintje. Meer mocht niet want dan zou het als doping kunnen gelden wist ik.
Veel hoefde ik niet op te warmen en later in de tussen isolatie zette ik m’n gesprek over handschoenen weer voort.
Ok, nu moest het echt. Aan het werk.
Schop schop plaats ik m’n voeten in de houten platen. De platen veren nogal en geven niet veel grip. Dat kost extra arm kracht.
En meteen merk ik dat ik dat mis.
Op de achtergrond hoor ik Dennis. En Olga. Dennis roept de tijd. Olga moedigt aan.
Maar beide klinken bezorgd. Terecht. Het gaat niet echt.
Ik heb geen power.
M’n hoofd wil wel maar elke pas voelt onzeker.
Hoe verder ik kom hoe minder power ik heb.
Hallo armen, doe eens werken.
Hallo buikspieren span eens wat aan.
Ik ga voor de greep na de ijs barrel. En gaat mis. Ik heb m verkeerd en ga terug. Hoe ga ik dit doen. Ik moet m’n voeten hierin zien te krijgen maar het lukt me niet om m’n lichaam bij elkaar te krijgen. Nog een keer dan. Nog een figure of four, misschien een voet er omheen.
Langzaam raak ik zelfs de energie kwijt om te kunnen hangen.
En houden m’n handen niks meer. Als een dikke prop val ik. M’n ijsbijlen blijven achter.
Een enorme teleurstelling valt over me heen.
Ik heb het verpest. Alles. De woorden van routebouwer Kim herhalen in m’n hoofd. “Maybe podium for you. You are very strong.” Maar ik ben zwak. Ik kon het niet. Ondanks alles. De dubbele trainingen, de kracht, de fysio training, de wand die we nu thuis hebben. Ik was niet goed genoeg.
Het gaf me een kut gevoel. Helemaal hier heen, op kosten van iemand anders, en dan het zo verpesten op het moment dat ik echt aan het werk moest. Ik voel me dik, zwak, het totaal niet waard. En het laat me niet los.
De hele avond zit ik er mee.
Maar ik heb geen tijd om er aan te werken.
Over een paar uur zitten we aan een diner. Vullen we in wat we vinden dat er beter kan op zo’n wedstrijd en niet verknipter zitten we in de bus onderweg naar het vliegveld.
We besluiten de nacht wakker te blijven. Althans, proberen.
Oz bekijkt de finales op z’n iPad, hij is zo gemotiveerd om te leren, verbeteren. Ik wil mijn klim echt niet zien. Dat gepruts.
En loop weg over het vliegveld vol met half slapende wachtende mensen.
Virgile zit er ook bij. Stil. Terecht. Hij was eerste. Maar werd gediskwalificeerd omdat hij met z’n voet de structuur aangeraakt had. Net als nog twee klimmers. Luna had het ook goed kunnen doen. Maar hij klom met geleende materialen, want zijn tas was niet aangekomen. Mijn handschoenen, Dennis schoenen, bijlen die een Amerikaanse klimmer van Tamas gekocht had.
In een ondergreep brak (ja brak!) z’n bijl. En lag hij eruit. Een bizar moment.
Achteraf bleek dat Tamas de bijlen al drie jaar geleden had moeten inleveren, dat hij ze nooit had mogen verkopen. Dat maakt het wel extra pijnlijk…
Met een strak gezicht stond Tristan als derde op het podium. Dit was gewoon niet fair.
Olga viel in haar speed finales en werd daardoor vierde. Niet zo gek, ze had net de lead finales geklommen. Geen rust. En moest nu weer klimmen…
Alles gaat zo snel, zo’n weekend is zo voorbij en pas dagen later begin je je te bedenken dat het wel allemaal heel heftig is.
tijd verdrijf op het vliegveld met Team UK en FR
Onze vlucht komt later aan dan gepland, de volgende vlucht is veranderd en vertrekt eerder. Als een gek sprinten we door het grote vliegveld van Parijs. Trap op, trap af, door de paspoortcontrole, door de veiligheidscontroles, zowat door mensen heen. Last call is geweest.
Maar we mogen er nog bij. En meteen realiseer ik me: onze tassen!!!
Ik open m’n app, de AirTags staan nog aan de andere kant van het vliegveld. Fuck!
We gaan meteen naar het personeel maar ze lijken niet veel te kunnen doen. Ze bellen wat, zo lijkt het…maar we moeten vertrekken. De AirTags blijven achter.
Eenmaal op Schiphol (wat is zo’n vlucht kort zeg) gaan we meteen naar de service balie. Voor de bagage op de band ligt weten we te vertellen dat onze tas nog in Frankrijk staat.
Het kost heel wat overtuigingskracht om ze verder te laten kijken en bellen en zoeken.
Een tas lijkt onderweg te zijn. De andere tas is onvindbaar. Maar dat is relatief. Ik kan namelijk precies zien waar ie is met de AirTag.
Ondertussen halen we de bus op uit Zwaag. We stoppen de envelop met Dennis’ prijzengeld door de brievenbus. €250,- is echt een vriendenprijs voor hoeveel Edwin gedaan heeft aan de bus. En nog APK ook.
Pap en ik rijden terug naar Schiphol terwijl mam met Dennis terug rijdt naar Muiden met de camper.
Bij deur 16 moest ik zijn. Er staan nog vier mensen voor me en de beveiligers later maar 1 persoon tegelijk naar binnen.
Het lijkt op een soort controle. Inmiddels weet ik dat er een tas is op Schiphol. Niet vanwege de informatie die ik zou krijgen maar vanwege de AirTag.
Het was Dennis’ tas.
De dame van de beveiliging vertelde me toen ik een uur later aan de beurt was dat ik niet naar binnen mocht. Want ik mocht alleen mijn eigen tas ophalen.
Maar het is de tas van mijn man.
Ik ben getrouwd. Kijk, hier staat mijn naam in zijn paspoort. Nee, zegt ze. Ik bluf. Sorry mevrouw maar ik ben bij wet bevoegd om taken voor mijn man uit te voeren. Daarom staat mijn naam daar.
Ze krijgt kortsluiting. En belt iemand op. Of ik het zelf even uit kan leggen.
Ik leg uit dat de tas vertraagd aangekomen is. Dat ik die wil ophalen. De vrouw aan de telefoon vraagt of we dat met z’n tweeën willen doen, mijn man en ik.
Ik bluf en zeg ja.
Oké, dan is het goed zegt ze. Ik herhaal haar woorden. Ik vraag of ze de andere dame die naast me staat terug wil hebben aan de telefoon. De dame naast me schud haar hoofd neemt de telefoon over en zegt, het is goed hè, en ze doet de deur voor me open.
In de bagage hal kan ik zo naar elke band lopen. In theorie zou ik zo elke tas mee kunnen nemen.
Maar ik wil die ene. De AirTag gaf aan waar hij was maar nu beweegt ie.
De ene kant op, de andere kant op…hij zit op een karretje concludeerde ik. Maar waar?
Opeens rijdt ie langs. Hee, dat is min tas! Ik zie de skateboard wieltjes uitsteken. Oh nou pak ‘m dan maar zegt de meneer. En zo neem ik de tas mee. Langs de douane naar Muiden.
Ok. Dat is een.
Potentiëel zou tas 2 de volgende dag komen. Maar ze weten het niet. Nou, ze zorgen maar dat ze het weten.
Laat in de ochtend was hij er dan echt. Geen melding, niks. Deze keer zit er een andere vrouw bij deur 16. Hoi ik kom mijn tas ophalen. Ik laat mijn ticket zien zoals gisteren. Ze kijkt er naar maar lijkt niet te lezen. Ze vraagt, hoe laat mijn vlucht is aangekomen. Eh, dat staat op het ticket wijs ik naar het ticket dat ze in haar handen heeft. Ok zegt ze en geeft het ticket terug. Geen paspoort, en volgens mij heeft ze geen letter gelezen. En weer loop ik zo door de wassen-neus beveiliging heen.
en daar zou je tas dan ergens moeten zijn
Dit keer moest ik weer ergens anders zoeken naar m’n tas. De lopende band stond stil. Maar even later ging ie weer draaien en daar lag ie, tas nummer 2. Opgelucht haalde ik adem. Even checken of de ijsbijlen erin zitten. Check.
En weer loop ik zo door. Dit keer naar de camper. Nu kunnen we wel weg. Een halve dag later dan gepland…
Op naar het volgende intense avontuur; Champagny (bekend van La Plagne als je aan skiën doet). Voor de European Championships/Worldcup.
Thuis wassen we onze kleren, passen onze kleding die we opgepikt hebben onderweg in Woerden bij de NKBV (nieuw shirt). Zullen we dan toch…? We zijn nu toch al laat. We pakken onze spullen en gaan drytoolen. En bedenken dat we een uitbreiding nodig hebben. Met een ladder maken we de routes in een keer drie keer zo lang. De buurman komt even kijken en niet veel later zitten bij de buren te eten. Dat is fijn, in alle haast hoeven we niet eens te koken.
Om ongeveer 19:30u vertrekken we dan echt en rijden tot ver in België.
Hopelijk hebben we alles mee, hopelijk halen we het op tijd.
Worldcup ZuidKorea Appelvallei 2023
De afgelopen jaren schreef ik nooit op wat we deden. Of in flarden. Nooit alles bij elkaar. En ik realiseer me dat ik dingen vergeten ben, over de meer dan tien jaar dat ik worldcups klim. Dus nu toch maar eens opgeschreven hoe intens zo’n wedstrijd aan de andere kant van de wereld is. En dan vergeet ik nog 1001 details. Maar ach, het is iets. Je kan ook gewoon de foto’s kijken als je geen zin hebt in mijn veel te lange dagboek
Cheongsong Worldcup 1.
Elke dag pakken we weer wat in.
Kopen een kraan op Marktplaats want de kraan in de bus is al een tijdje stuk. De leidingen moeten ook deels vervangen worden, en zo zijn er nog heel wat kleine dingen. En Dennis probeert de huishoud accu te repareren. Maar dat wil nog niet echt goed lukken. Ondertussen trainen we en proberen we alles te regelen.
Er zitten maar 5 dagen tussen de ene en de andere Worldcup. In die dagen moeten we van continent wisselen en fit aan de start staan. Eigenlijk een onmogelijke opgave. Toch gaan we het proberen.
Op de avond voor kerst reden we met de bak wagen van de buurman naar Heerjansdam. De laatste spullen uit het oude huis van Dennis ouders vandaan. De klimwand, de grote gym mat die niet in onze bus past… een heel karwei. De eerste lading brengen we naar de opslag in Barendrecht. Dezelfde opslag waar we de Tischer camper gerenoveerd hebben. Af en toe spraken we daar Robin. Hij heeft er een aantal van dezelfde opslag boxen en runt een klein bedrijfje in motor olie en andere specialistische producten. Voor alle auto’s, al staan er vaak hele mooie wagens voor de deur. Dan spieken we toch even wat er glimt of hard ronkt.
Die Corona tijd was niet tof. We mochten niks, konden niks, niet eens naar de internationale wedstrijden. Het was pijnlijk om te zien hoe die wedstrijden verder gingen, zonder ons.
We hadden het er vaak over met Robin. Terwijl we epoxy smeerden om het interieur te maken, isoleerden, de motor inbouwenden hadden we het over elkaars “issues” en hoe we tegen dingen aan kijken.
Het afgelopen jaar spraken we elkaar minder. De bus zo goed als af, wij inmiddels in Tilburg. Life goes on.
We waren al twee uur te laat. Haastig laadden we alle spullen uit. Want we zouden gaan eten bij Tom en Annick in Delft.
En daar stond Robin. Hee, tijd niet gezien.
Ah shit, hier hebben we helemaal geen tijd voor
Meteen hadden we het over vanalles. Zijn huis, onze plannen.
En dat we niet naar Korea gaan.
Die wedstrijden zo kort op elkaar, en dan zo duur. We hebben er gewoon geen geld voor.
En toen kwam het. Ik kan me de exacte woorden niet helemaal herinneren.
Maar als een bom gooit hij het naar ons toe: ik ga jullie sponsoren. Met tweeduizend euro.
Maakt hij nou een grapje?
Nah, twee duizend? Nee.
Ongemakkelijk weet ik echt niet hoe ik moet reageren. Want dat is echt heel veel geld. Zo veel geld durf ik, wil ik niet zomaar van iemand aan nemen. Het is zijn geld. Ik vind ook dat iedereen vooral zelf mooie dingen moet doen, zelf dingen ervaren, beleven.
Ik vertel het ook. Ik wil het niet. Dit voelt zo ongemakkelijk. Het voelt ook als een verplichting. Nu moet ik. En moet ik wel alles eruit halen wat er in zit. Er 100% voor gaan. Dat geeft ook druk.
Nee, Robin, ga je eigen avonturen aan.
Maar hij dringt aan. Het is echt.
We besluiten dat hij dit met Dennis mag regelen. Ik vind het echt lastig. Geld aannemen.
Zo veel betekent, dat we daar mee wél naar Korea kunnen. Gosh.
We zijn nog later op ons etentje en nog veel later weer terug in Heerjansdam. Ruim voorbij middernacht rijden we terug naar Tilburg met de dikke mat, en nog meer grote zaken.
Doodmoe zijn we maar nu moeten we echt aan het werk.
Tickets boeken, camper nog sneller klaar hebben voor vertrek. En hoe gaan we dat überhaupt logistiek oplossen?
Met de camper al naar Frankrijk en vanaf daar vliegen gaat niet, want hij heeft bijna geen APK meer. Dat moet eerst. Met een andere auto is niet te doen want overnachtingen kosten zo veel dat we dat helemaal niet kunnen betalen. Dus we moeten wel via Nederland…
De honden kunnen gelukkig logeren bij mijn ouders.
En zie nu nog maar eens een vlucht te boeken…
Het lukt, maar de planning is echt krap. Er moet echt niks mis gaan anders halen we het niet (hoe bedenken ze het om die wedstrijden zo kort op elkaar te plannen?!)
Alles is ingepakt, we zijn klaar om te gaan. Of nou ja, de dingen die er nu nog moeten gebeuren kunnen we niet meer doen. Zoals er voor zorgen dat er niks kan bevriezen in ons huisje. Enige wat we nu nog kunnen doen is hopen dat het niet te veel gaat vriezen.
We rijden naar Muiden, halen de tweede auto op, ik rij naar Amsterdam om Fred de teckel weer bij zijn baasjes af te leveren, Dennis rijdt naar Zwaag voor de APK en laatste klusjes die Edwin aan onze bus gaat doen.
We slapen in Muiden en het knaagt. We moeten toch nog even proberen. Het slaat nergens op om helemaal naar Korea af te reizen zonder ook maar een keer geoefend te kunnen hebben.
We staan vroeg op en rijden naar de Drytool wand in Utrecht, schroeven tussen alle grepen door houten blokjes in de wand en oefenen voor het eerst sinds februari vorig jaar weer speed. We zijn ons bewust van onze achterstand. Zonder trainingswand voor speed kan je niet verwachten dat je die discipline goed kan…
De houten blokjes zijn beter iets dan niets.
We rijden weer naar Muiden en later op de dag stappen we in het vliegtuig naar Korea.
De vlucht duurt lang. Vanwege de oorlog kan er niet rechtstreeks gevlogen worden en zijn we vier à vijf uur langer onderweg.
We slapen in een hotel met hard bed. Verderop in een ander hotel slapen het Poolse en Schotse team en een Fansoos.
We spreken met elkaar af. Door issues met het nieuwe Koreaanse visa systeem had Oz het maar net op tijd gehaald. Drie dagen bracht hij door op vliegvelden voor hij eindelijk in Korea aan kwam…wat een stress.
De volgende ochtend stappen we allemaal in de bus naar Cheongsong, niet ver van de grens met Noord-Korea.
Dit keer zonder voedselvergiftiging, zonder grote tas met spullen om echte watervallen te klimmen. We reizen snel en efficiënt.
Het programma neemt drie dagen in beslag. De heenreis, registratie en opening. Kwalificaties en halve finales en dan op zondag is het finale dag. In de avond is er dan weer een diner en springen we in de bus terug naar het vliegveld.
Het land zien we dus niet echt. Dat is wel jammer.
Het was voor mij de vierde keer, voor Dennis de vijfde keer in Korea (ik ging dat jaar naar Ouray met Alpine Mentors).
We wisten dat we een kamer apart zouden krijgen als we niet vooraf iets zouden fixen.
Behalve het eerste jaar. Toen regelden Andrej en Jasna alles, die wisten dat we bij elkaar op een kamer konden.
Dus ik had vooraf gemaild. Dat we graag samen op een kamer wilden slapen. Dat we getrouwd zijn (schijnt een ding te zijn in Korea) en dat Dennis epilepsie heeft. Dus dat het voor andere mensen misschien minder fijn om naast te liggen.
We kregen een kamer. Mét bed. Voor het spa hotel zijn dat de minder luxe kamers. Want je hoort eigenlijk op de grond te slapen.
Het bed was kei hard. Neem een boxspring, haal de matras en de topper vanaf en dan hou je over waar wij nu op lagen. Ellende.
‘s Avonds was er eerst de opening ceremonie. In een theater aan de andere kant van het kleine stadje deden alle belangrijke mensen een woordje. De gouverneur, de burgemeester, de sport verantwoordelijke, en ook de belangrijke man van de UIAA (de overkoepelende organisatie waar ook de Nederlandse NKBV onder valt) was er bij. U-I-double-A noemde Peter het zelf. Wij zeggen altijd U-I-A-A als losse letters.
Gelukkig was er ook een show. Lokale danseressen hadden een hele choreografie met vlaggen uit alle deelnemende landen. Het was een behoorlijk lang stuk, niet makkelijk om in te studeren lijkt me.
We gingen weer terug naar het hotel voor de technische briefing. De hoofdjury was er nog niet. Want die had ook problemen met het nieuwe Koreaanse visum. Dus de wedstrijd organisator binnen de UIAA deed het woord.
Het leek allemaal wel vrij duidelijk.
We hadden alles al klaar, bijlen scherp, een thermos met vriesdroog eten, stroopwafels, extra kleding. Om 7uur waren we klaar om te vertrekken. 50 minuten deed de bus er over naar de wedstrijd locatie.
Achter de artificiële constructie ligt een grote ijswand. Echt ijs. Maar dit jaar was alles een beetje mistroostig. Het was warm, heel warm. Wel tien graden. Meestal is het hier min tien of nog kouder. Het regende.
Om en om klimmen Dennis en ik onze routes. Ik eerst, in de tweede dames route. Op een video scherm kon je de route bekijken hoe hij moest. Iedereen kon elkaar zien klimmen dus we hoefden niet een halve dag in een afgesloten tent te spenderen.
Nadeel: als je heel goed bent in dingen kopiëren kom je nu wel ver, maar in de halve finales is alles on sight. Dan heb je dus niet een voorbeeld aan anderen. Moet je alles zelf verzinnen dus zie je nog wel een verandering in de uitslagen. En sinds dit jaar gaan er ook maar 16 klimmers door in plaats van 18 zoals afgelopen jaren.
Ik vond het spannend. Zo’n eerste route, eerste Worldcup van het jaar. Ondanks mijn prestaties op de EU cups weet ik niet of ik dat hier ook kan herhalen. Het deelnemersveld is groter, sterker bij zowel de mannen als vrouwen.
Op een pas na valt de route me mee. Opgelucht haal ik adem. Ik topte, maar was niet de enige.
Dennis klom ook eerst de tweede route. Op zich maakt het (als het goed is) niet veel uit, zouden beide routes ongeveer even moeilijk moeten zijn.
Maar vanaf clip vijf ging het niet. Dennis klom stijf. Niet soepel. Niet vrij. Bij elke pas probeerde hij te reiken voordat hij zijn voeten omhoog zette. Elke keer haalde hij het maar net. Het ging gewoon niet lekker. Ik beet op m’n lip. Hij kwam wel ver, maar het was het gewoon niet.
In mijn tweede route verwachtte ik floaters (soort omgekeerde greep waar je je ijsbijl in moet balanceren op lichaamsspanning) in plaats van de stabielere steinpulls. Maar ook hier was er maar een stukje lastig en de rest goed te doen.
Met nog zes anderen topte ik beide routes en ging royaal door naar de finales.
Twee routes top, zoiets had ik nog nooit gedaan op een Worldcup.
Ik maakte de punten van onze bijlen weer scherp (we hebben maar een paar goede punten, de andere set is versleten en gebruiken we om te trainen, de punten komen net als de ijsbijlen uit Rusland dus zijn nu niet te krijgen).
Dennis tweede klim.
De start van beide routes bij de mannen en vrouwen was makkelijk. En dat vond ik tof. Zo kan iedereen meters maken. Het is toch heel wat als je helemaal uit Mongolië, Iran of Slowakije helemaal hier heen komt om te klimmen. Dan is het fijn om niet meteen greep één eruit te vallen.
Het was wat dat betreft super gebouwd door routebouwer Kim.
Maar het was niet Dennis stijl. Hele lange passen maar goede grepen, niks technisch eigenlijk. En Dennis was moe. Hij leek geen power te hebben. Hij ging er wel voor. Kon het niet houden. Pakte z’n bijl met twee handen. Maar liet daardoor z’n andere bijl los…de bijl viel…en dan ben je af…
Het leverde hem een 19e plaats op. Hij baalde. Vroeg zich af wat hij hier deed. Competitie vulling noemde hij zichzelf. Ik snap het. De hele reis, alles en dan nu al uitgeschakeld zijn. Dan kan je beter gewoon lekker buiten echt ijs gaan klimmen. Kost ook minder geld.
Snel vijlde ik de bijlen, de punten van m’n stijgijzers en maakte alles klaar voor later. Halve finales.
Snel werkte ik een grote maaltijd naar binnen. Pakte m’n koptelefoon, ging liggen op de matten in de isolatie en deed m’n ogen dicht. Ik had 3,5uur om uit te rusten en te herstellen. Dat moest voldoende zijn.
Als er iets was zou Dennis me wakker maken.
Toen ik twee uur later zelf wakker werd waren alle matten bezet met slapende klimmers.
Wachten, opwarmen en nog meer wachten en voor de zekerheid een klein smintje met extra caffeine om wakker te blijven.
Ik zat tussen Sunny, Haruko en Eimir in de tussen isolatie te wachten. Een voor een vertelden ze hoe zenuwachtig ze waren.
Ik ook.
Maar het viel me mee. En dat vertelde ik: om ok, because this time I don’t have to throw up.
Dat is wel eens anders geweest. Zo zenuwachtig dat ik moest overgeven van de spanning. Ik veranderd het onderwerp. Handschoenen. Of ze hun handschoenen fijn vinden en waarom. Gewoon wat afleiding. Ook voor mezelf.
Het werkte we hadden hele gesprekken.
Positief stapte ik de route in. Ik had er wel zin in. En geen verwachtingen. Zou gaaf zijn als ik het zou halen. Maar als anderen beter zijn, dan is dat zo. Dan moet ik harder gaan trainen. Maar daar ga ik nu weinig aan kunnen veranderen.
De grepen waren telkens beter dan verwacht. Elke keer ging ik voorzichtig zoals ik gewend ben te doen omdat het moeilijk hoort te zijn. Maar keer op keer viel het mee.
Voorbij de ijs blokken was mijn tijd bijna op. En zag ik het even niet meer. Jammer.
Ik was niet helemaal tevreden. Iets te langzaam, iets te weinig vertrouwen. Ik dacht niet dat het voldoende was.
Maar, het bleek ruim voldoende te zijn!
Daar was ik wel een beetje trots op. Voor het eerst ooit haalde ik de finales op de Worldcup in Korea!
Nu alles inpakken, klaar leggen, eten en slapen.
We bliezen onze slaapmat op. We waren bang dat we die nodig zouden hebben op zo’n kamer zonder bed. Maar op dit kei harde bed was het matje echt een uitkomst.
Ondanks de jetlag heb ik toch in ieder geval 3uur geslapen zonder last van m’n rug, heupen en armen zoals de nacht ervoor.
Om 5uur ging ons alarm. Om 4uur was ik al wakker…
We aten een soort granen met melk. Ik wilde geen witte plakrijst. Echt ideaal was het niet. Dan kon ik nog beter stroopwafels eten.
Anderhalf uur later stonden we op te warmen bij de klimwand voor het speedklimmen.
Voor het eerst sinds februari 2022 klimmen we echt ijs. Onwennig klom ik mijn warm-up routes.
Alles liep traag. De timing die het soms niet deed, de klimmers die hun beurt niet wisten en te laat kwamen aan de start. Het ijs smolt weg waar we bij stonden. Het was warm…
Ook voor Dennis was het onwennig maar met 12 seconden tijden zat hij ruim binnen de top.
Zonder de Russische klimmers die hier echt goed in zijn lag het veld veel ruimer open. Allebei haalden we makkelijk de halve finales. Al stak een Iraanse klimmer er wel ver boven uit met een tijd van iets meer dan 5 seconden!
Maar na deze ronde ging het niet meer om de tijd. Het werd iets meer geluk. Je moest winnen van je tegenstander om door te kunnen naar de volgende ronde.
Zowel Dennis als ik wonnen.
Maar mijn energie was op. We hadden om 11uur klaar moeten zijn. Met nog twee stroopwafels en zo’n smintje met cafeïne redde ik het niet meer om echt hard te klimmen.
Dennis moest tegen David. Ze zijn aan elkaar gewaagd en vonden het eigenlijk zonde dat ze tegen elkaar moesten. De nummer 8 gaat tegen 1, 7 tegen 2, 6 tegen 3 etc. Op letterlijk nog geen honderdste van een seconde verloor Dennis.
Zo snel mogelijk rende ik naar de tent waar we konden eten. Ik at. Maar binnen twee uur zou ik weer moeten klimmen. Finales van lead.
Het speedklimmen was zo ver uitgelopen dat ze het maar gestopt hadden. De finales tussen 1,2,3,4 moest nog geklommen worden.
M’n eten binnen pakte ik meteen m’n koptelefoon, m’n jas over m’n hoofd zodat ik een half uurtje kon slapen op de mat in de isolatie. Ik lag. Eindelijk, even rust.
Olga en ik (Olga moest haar speed finale nog klimmen) waren de enige twee die in beide disciplines mee deden en in de finales stonden.
Door mijn noise cancelling koptelefoon heen hoorde ik het schoppen van schoenen tegen de wand, er was iemand aan het klimmen.
Ik was bijna in slaap en opeens tikte er iets (een ijsbijl? Een schoen?) tegen mijn voorhoofd. Hard. Zo hard dat het echt pijn deed. Ik dook in elkaar en rukte de jas van mijn hoofd. What the fuck?!
Een van de Koreaanse finalisten keek me aan terwijl hij klom. Blijkbaar was hij letterlijk over mij heen geklommen en hard me hard geraakt.
Hoe dan?! Waarom?!
De grote wand was leeg, overal kon hij klimmen behalve in het kleine hoekje waar ik lag. What the fuck riep ik? Terwijl ik m’n hoofd vast hield. Het deed pijn. Precies vooraan net op mijn haargrens. Behalve een Amerikaan was er niemand. De rest was nog aan het eten of klimmen.
What did you do?! Riep ik. Hij zei niks. Draaide zijn hoofd weg. Ik keek Dan, de Amerikaan aan.
Relax zei hij. Don’t be so angry.
We’ll, Dan he just hit me on my head, climbed with his full sharp gear over me.
It hurts.
Hey riep ik naar hem, the least you could do is say sorry.
Hij reageerde niet.
Hello. Riep ik.
Terwijl m’n hoofd bonkte.
Sorry mompelde hij.
Oh, that took a while to formulate. Ik liet het erbij want dit ging nergens heen. Maar hoe haal je het in je hoofd om zo iets gevaarlijks te doen.
Slapen lukte niet meer. Ik was klaar wakker en de iso was inmiddels vol met mensen. Ik ging zitten op een stoel en wachtte tot we de route preview gingen doen.
In de regen staan we te wachten tot we gepresenteerd worden aan het publiek.
In de isolatie vertelde Carlos, de hoofdjury dat je met je rug naar het publiek staat. En dat je niet mag spieken, dat je alleen tijdens de officiële inleestijd naar de route mag kijken.
Sommige mensen hebben een A3 foto van de wand, anderen hebben de wanddelen globaal nagetekend op een stuk papier of in een notitieboekje.
Digitale middelen mogen niet, geen telefoon, geen digitaal horloge. Alleen pen en papier mag je mee. En een verrekijker.
Een van de dames staat greep voor greep de route in te tekenen in haar boekje, al kijkend naar de wand. Don’t do this zeg ik tegen haar. Ze geeft me een hele giftige blik terug en ik laat het. De jury staat bij de wand en ziet niet wat er hier gebeurt. Greep voor greep bekijkt ze en tekent ze in. De originele tien minuten tijd om te route te bekijken heeft ze nu heel efficiënt verdubbeld. Waar de rest braaf vooruit kijkt het publiek in of niet op de juiste plek staat om de wand te kunnen zien.
Het is flauw.
Misschien moeten we in de toekomst blanco A4 krijgen aan de start van het inlezen. Zodat iedereen dezelfde start heeft.
Zelf teken ik niks vooraf. In de korte tijd bestudeer ik liever de route zelf, dan kan ik minder fouten maken dan wanneer limited per ongeluk verkeerd opschrijf en dat later in de isolatie verkeerd in studeer.
Ondertussen had ik een beetje raar gevoel in m’n buik. Ik kende het van m’n Keto dieet. M’n lichaam kon geen vetten verbranden en zocht naar suikers. Ik nam nog een stroopwafel en een laatste stukje cafeïne smintje. Meer mocht niet want dan zou het als doping kunnen gelden wist ik.
Veel hoefde ik niet op te warmen en later in de tussen isolatie zette ik m’n gesprek over handschoenen weer voort.
Ok, nu moest het echt. Aan het werk.
Schop schop plaats ik m’n voeten in de houten platen. De platen veren nogal en geven niet veel grip. Dat kost extra arm kracht.
En meteen merk ik dat ik dat mis.
Op de achtergrond hoor ik Dennis. En Olga. Dennis roept de tijd. Olga moedigt aan.
Maar beide klinken bezorgd. Terecht. Het gaat niet echt.
Ik heb geen power.
M’n hoofd wil wel maar elke pas voelt onzeker.
Hoe verder ik kom hoe minder power ik heb.
Hallo armen, doe eens werken.
Hallo buikspieren span eens wat aan.
Ik ga voor de greep na de ijs barrel. En gaat mis. Ik heb m verkeerd en ga terug. Hoe ga ik dit doen. Ik moet m’n voeten hierin zien te krijgen maar het lukt me niet om m’n lichaam bij elkaar te krijgen. Nog een keer dan. Nog een figure of four, misschien een voet er omheen.
Langzaam raak ik zelfs de energie kwijt om te kunnen hangen.
En houden m’n handen niks meer. Als een dikke prop val ik. M’n ijsbijlen blijven achter.
Een enorme teleurstelling valt over me heen.
Ik heb het verpest. Alles. De woorden van routebouwer Kim herhalen in m’n hoofd. “Maybe podium for you. You are very strong.” Maar ik ben zwak. Ik kon het niet. Ondanks alles. De dubbele trainingen, de kracht, de fysio training, de wand die we nu thuis hebben. Ik was niet goed genoeg.
Het gaf me een kut gevoel. Helemaal hier heen, op kosten van iemand anders, en dan het zo verpesten op het moment dat ik echt aan het werk moest. Ik voel me dik, zwak, het totaal niet waard. En het laat me niet los.
De hele avond zit ik er mee.
Maar ik heb geen tijd om er aan te werken.
Over een paar uur zitten we aan een diner. Vullen we in wat we vinden dat er beter kan op zo’n wedstrijd en niet verknipter zitten we in de bus onderweg naar het vliegveld.
We besluiten de nacht wakker te blijven. Althans, proberen.
Oz bekijkt de finales op z’n iPad, hij is zo gemotiveerd om te leren, verbeteren. Ik wil mijn klim echt niet zien. Dat gepruts.
En loop weg over het vliegveld vol met half slapende wachtende mensen.
Virgile zit er ook bij. Stil. Terecht. Hij was eerste. Maar werd gediskwalificeerd omdat hij met z’n voet de structuur aangeraakt had. Net als nog twee klimmers. Luna had het ook goed kunnen doen. Maar hij klom met geleende materialen, want zijn tas was niet aangekomen. Mijn handschoenen, Dennis schoenen, bijlen die een Amerikaanse klimmer van Tamas gekocht had.
In een ondergreep brak (ja brak!) z’n bijl. En lag hij eruit. Een bizar moment.
Achteraf bleek dat Tamas de bijlen al drie jaar geleden had moeten inleveren, dat hij ze nooit had mogen verkopen. Dat maakt het wel extra pijnlijk…
Met een strak gezicht stond Tristan als derde op het podium. Dit was gewoon niet fair.
Olga viel in haar speed finales en werd daardoor vierde. Niet zo gek, ze had net de lead finales geklommen. Geen rust. En moest nu weer klimmen…
Alles gaat zo snel, zo’n weekend is zo voorbij en pas dagen later begin je je te bedenken dat het wel allemaal heel heftig is.
Onze vlucht komt later aan dan gepland, de volgende vlucht is veranderd en vertrekt eerder. Als een gek sprinten we door het grote vliegveld van Parijs. Trap op, trap af, door de paspoortcontrole, door de veiligheidscontroles, zowat door mensen heen. Last call is geweest.
Maar we mogen er nog bij. En meteen realiseer ik me: onze tassen!!!
Ik open m’n app, de AirTags staan nog aan de andere kant van het vliegveld. Fuck!
We gaan meteen naar het personeel maar ze lijken niet veel te kunnen doen. Ze bellen wat, zo lijkt het…maar we moeten vertrekken. De AirTags blijven achter.
Eenmaal op Schiphol (wat is zo’n vlucht kort zeg) gaan we meteen naar de service balie. Voor de bagage op de band ligt weten we te vertellen dat onze tas nog in Frankrijk staat.
Het kost heel wat overtuigingskracht om ze verder te laten kijken en bellen en zoeken.
Een tas lijkt onderweg te zijn. De andere tas is onvindbaar. Maar dat is relatief. Ik kan namelijk precies zien waar ie is met de AirTag.
Ondertussen halen we de bus op uit Zwaag. We stoppen de envelop met Dennis’ prijzengeld door de brievenbus. €250,- is echt een vriendenprijs voor hoeveel Edwin gedaan heeft aan de bus. En nog APK ook.
Pap en ik rijden terug naar Schiphol terwijl mam met Dennis terug rijdt naar Muiden met de camper.
Bij deur 16 moest ik zijn. Er staan nog vier mensen voor me en de beveiligers later maar 1 persoon tegelijk naar binnen.
Het lijkt op een soort controle. Inmiddels weet ik dat er een tas is op Schiphol. Niet vanwege de informatie die ik zou krijgen maar vanwege de AirTag.
Het was Dennis’ tas.
De dame van de beveiliging vertelde me toen ik een uur later aan de beurt was dat ik niet naar binnen mocht. Want ik mocht alleen mijn eigen tas ophalen.
Maar het is de tas van mijn man.
Ik ben getrouwd. Kijk, hier staat mijn naam in zijn paspoort. Nee, zegt ze. Ik bluf. Sorry mevrouw maar ik ben bij wet bevoegd om taken voor mijn man uit te voeren. Daarom staat mijn naam daar.
Ze krijgt kortsluiting. En belt iemand op. Of ik het zelf even uit kan leggen.
Ik leg uit dat de tas vertraagd aangekomen is. Dat ik die wil ophalen. De vrouw aan de telefoon vraagt of we dat met z’n tweeën willen doen, mijn man en ik.
Ik bluf en zeg ja.
Oké, dan is het goed zegt ze. Ik herhaal haar woorden. Ik vraag of ze de andere dame die naast me staat terug wil hebben aan de telefoon. De dame naast me schud haar hoofd neemt de telefoon over en zegt, het is goed hè, en ze doet de deur voor me open.
In de bagage hal kan ik zo naar elke band lopen. In theorie zou ik zo elke tas mee kunnen nemen.
Maar ik wil die ene. De AirTag gaf aan waar hij was maar nu beweegt ie.
De ene kant op, de andere kant op…hij zit op een karretje concludeerde ik. Maar waar?
Opeens rijdt ie langs. Hee, dat is min tas! Ik zie de skateboard wieltjes uitsteken. Oh nou pak ‘m dan maar zegt de meneer. En zo neem ik de tas mee. Langs de douane naar Muiden.
Ok. Dat is een.
Potentiëel zou tas 2 de volgende dag komen. Maar ze weten het niet. Nou, ze zorgen maar dat ze het weten.
Laat in de ochtend was hij er dan echt. Geen melding, niks. Deze keer zit er een andere vrouw bij deur 16. Hoi ik kom mijn tas ophalen. Ik laat mijn ticket zien zoals gisteren. Ze kijkt er naar maar lijkt niet te lezen. Ze vraagt, hoe laat mijn vlucht is aangekomen. Eh, dat staat op het ticket wijs ik naar het ticket dat ze in haar handen heeft. Ok zegt ze en geeft het ticket terug. Geen paspoort, en volgens mij heeft ze geen letter gelezen. En weer loop ik zo door de wassen-neus beveiliging heen.
Dit keer moest ik weer ergens anders zoeken naar m’n tas. De lopende band stond stil. Maar even later ging ie weer draaien en daar lag ie, tas nummer 2. Opgelucht haalde ik adem. Even checken of de ijsbijlen erin zitten. Check.
En weer loop ik zo door. Dit keer naar de camper. Nu kunnen we wel weg. Een halve dag later dan gepland…
Op naar het volgende intense avontuur; Champagny (bekend van La Plagne als je aan skiën doet). Voor de European Championships/Worldcup.
Thuis wassen we onze kleren, passen onze kleding die we opgepikt hebben onderweg in Woerden bij de NKBV (nieuw shirt). Zullen we dan toch…? We zijn nu toch al laat. We pakken onze spullen en gaan drytoolen. En bedenken dat we een uitbreiding nodig hebben. Met een ladder maken we de routes in een keer drie keer zo lang. De buurman komt even kijken en niet veel later zitten bij de buren te eten. Dat is fijn, in alle haast hoeven we niet eens te koken.
Om ongeveer 19:30u vertrekken we dan echt en rijden tot ver in België.
Hopelijk hebben we alles mee, hopelijk halen we het op tijd.